Geografische situering
De geografische situering van het studiegebied kan met verschillende thematische kaarten worden verkend.
Landschapsregio
België kan worden opgedeeld in landschapsregio’s, die gebieden met vergelijkbare holistische landschapskenmerken omvatten. Het studiegebied is bijzonder interessant doordat het zich over twee uiteenlopende landschappen uitstrekt (Digitaal Vlaanderen, 2026b): de Zennevallei en het Land van Dworp. Het Land van Dworp maakt deel uit van de Brabantse Leemstreek en wordt gekenmerkt door open akkerlandschappen, grote percelen, overwegend akkerland, verspreide bebossing en grotere bosgehelen (Universiteit Gent, Vakgroep Geografie, 2026).
Terrein en hydrografie
Het terrein in de Zennevallei is zeer vlak, met een valleibodem op ongeveer 20 m boven zeeniveau. De Zenne is een meanderende rivier die tot het Dijle-Zennebekken behoort (Integraal Waterbeleid, 2026). Voorbij de alluviale vlakte van de Zenne stijgt het terrein en bereikt binnen het studiegebied een maximale hoogte van 75 m. Kleine zijbeken snijden geulen in en voeden de Zenne.
Het reliëf werd ook door mensen ingrijpend gewijzigd. Ten westen is het terrein opgehoogd voor de aanleg van de autosnelweg E19/R0, en weggegraven voor spoorlijn 26. Oudere ingrepen zijn zichtbaar in holle wegen die het hogere land en de gemeente met de alluviale vlakte verbinden. Sommige van die holle wegen staan al op de kaarten van Ferraris uit de late achttiende eeuw.
Bodemtextuur en drainage
De bodemtextuur bestaat in de lagere alluviale vlakte van de Zenne uit leem en klei. Buiten die vlakte zijn zandleem en zand de overheersende textuurklassen (Databank Ondergrond Vlaanderen, 2026a).
De drainage varieert sterk: sommige zones zijn slecht gedraineerd, andere overwegend droog.
Geologie
Het tertiair van het studiegebied behoort volledig tot de Formatie van Kortrijk, met zowel het lid van Saint-Maur als het lid van Moen. Het lid van Saint-Maur bestaat uit siltige grijze klei, terwijl het lid van Moen overgaat van grijze klei naar silt met duidelijke, ingeschakelde kleilagen (Databank Ondergrond Vlaanderen, 2026b). In het lid van Moen komt ook Nummulites planulatus voor, grote muntvormige fossielen van foraminiferen (Musée de l’apparent, 2026).
Bos
Een belangrijk deel van het studiegebied en de omgeving is met bos bedekt. Dit bos maakt deel uit van het Nationaal Park Brabantse Wouden, maar zoals op de orthofoto zichtbaar is, zijn dit geen natuurlijke bossen. Noch de kaart van Ferraris (1770–1778), noch die van Vandermaelen (1846–1854) toont bossen in het studiegebied. De populieraanplanten werden vanaf de negentiende eeuw door de papierfabriek Catala aangelegd en gebruikt voor commerciële bosbouw tot Catala in 2015 failliet ging (Provincie Vlaams-Brabant, 2026a).
Infrastructuur en bereikbaarheid
Infrastructuur is al een bepalend element in de geografische situering. De E19/R0, spoorlijn 26 en de omliggende gewestwegen vormen sterke lijnvormige structuren die het landschap begrenzen, verfragmenteren en visueel structureren. Ze beïnvloeden ook de bereikbaarheid: het centrum van het studiegebied blijft relatief rustig en is vooral bereikbaar via landbouwwegen en paden, terwijl de randen worden gedomineerd door zware vervoersinfrastructuur. Deze kenmerken fungeren zowel als praktische begrenzing van het studiegebied als als landschapsvormende elementen die in de infrastructuurkaart en de analyse van horizontale relaties terugkomen. Station Beersel en een autosnelwegafrit maken het studiegebied zeer goed bereikbaar per openbaar vervoer of met de wagen.
Driedimensionale visualisatie
2D-kaarten geven een nuttig overzicht, maar een 3D-weergave voegt informatie toe over de hoogte van bebouwing, vegetatie en terrein die uit 2D-bronmateriaal moeilijker te interpreteren valt. Een LiDAR-puntenwolk gepubliceerd door Digitaal Vlaanderen (Digitaal Vlaanderen, 2026a) werd gedownload en verwerkt tot een 3D-representatie van het studiegebied voor dit rapport.
