Conclusie

Dit kleine stukje land aan de Brusselse rand bevat een verrassend grote landschappelijke variatie. Die variatie ontstaat door de combinatie van reliëf, water, infrastructuur, landgebruik en kleine landschapselementen, waarmee het studiegebied kan worden opgesplitst in drie onderscheidende landschapstypes: de Heuvels, de Weiden en de Zenne. Water speelt vooral in het Zennevalleilandschap in Beersel een belangrijke rol. De lagere delen zijn ‘s winters waterverzadigd, wat heeft geleid tot het uitgraven van greppels en tot de aanleg van infrastructuur voor waterbuffering. De sterk meanderende Zenne is tevens een opvallend structurerend element; bomenrijen langs de oevers helpen om één van de landschapstypes af te grenzen.

Zware, weinig landschappelijk geïntegreerde infrastructuur snijdt door het landschap. Ze vormt grenzen, brengt geluid en visuele impact mee, maar neemt de landelijke karaktertrekken van het studiegebied niet weg. Ze maakt het gebied ook beter bereikbaar: station Beersel biedt een directe treinverbinding met Brussel en de autosnelweg maakt de autotoegang eenvoudig.

Hoewel 360°-fotografie het verwerken van het landschap achter de computer haalbaar maakte, verving ze herhaalde terreinbezoeken niet. Die bezoeken maakten de kartering van de weiden nauwkeuriger en leverden zintuiglijke informatie op, zoals geluidsniveaus, bereikbaarheid en seizoensgebonden overstroming.

Het studiegebied is uiteindelijk niet louter een groene zone aan de rand van Brussel. Het is een complex en divers landschap waar recreatie, landbouw en woonbehoeften samenkomen.