Eerste terreinbezoek

Het eerste bezoek aan het gebied vond plaats op 14 februari. Het was koud, met temperaturen rond het vriespunt, maar de zon scheen, wat een mooie dag opleverde. Er werden een 360°-camera en een 2,5 m hoge selfiestick gebruikt om equirectangulaire foto’s te maken die in gespecialiseerde software bekeken kunnen worden, met als doel het gebied gedetailleerd achter de computer te bestuderen. In totaal werden 122 foto’s genomen, met GPS-registratie van de locatie. De opnames gebeurden vanaf publiek toegankelijke paden. Sommige percelen hadden geen toegangsbelemmering, maar de meeste akkers waren niet toegankelijk door gedeeltelijke onderwaterzetting.

Voor de identificatie van landschapselementen wordt een kijkafstand van 500 m als bovengrens voor menselijk zicht beschouwd (Van der Ham & Idding, 1971). Vanaf elke fotopositie werd een zichtbereik van 150 m gedefinieerd als de afstand waarboven karakteristieke elementen uit de 360°-beelden niet meer betrouwbaar herkenbaar waren. Zo ontstaat een zichtveld dat het grootste deel van het studiegebied bestrijkt, hoewel er nog hiaten zijn.

Het eerste bezoek bevestigde ook dat de meeste zones in het voorjaar beter toegankelijk zouden worden wanneer het water zou zakken, en dat de begrenzing van het studiegebied duidelijk op het terrein te volgen is. Daarmee werd de omtrek van het studiegebied bevestigd.

Eerste terreinbezoek
Loading map...
Figuur 13. GPS-locaties van de foto’s en zichtgebied van 150 m voor het eerste terreinbezoek op 14 februari.