Kleine landschapselementen
De kaart van de kleine landschapselementen brengt fijnmazige structuren in beeld die het studiegebied veel van zijn lokale karakter geven. Ze zijn vooral belangrijk omdat ze grotere landgebruikseenheden verbinden: bomenrijen structureren de Zennevallei, solitaire bomen markeren open weiden, en greppels en kleine waterloopjes organiseren de drainage in lagere delen. Langs wegen en perceelsranden vormen heggen, omheiningen, bermen en bomenrijen visuele grenzen die bepalen hoe open of gesloten elk landschapstype aanvoelt.
De ingetekende kleine landschapselementen tonen dat het studiegebied niet alleen door grote eenheden als akkers, bos en infrastructuur wordt gestructureerd, maar ook door kleinere kenmerken met een ecologische schakelfunctie en een functie als visuele herkenningspunten. Dat is vooral duidelijk in de lagere delen, waar bomenrijen, greppels en verspreide bomen variatie brengen in overigens open terrein. Hogerop dragen heggen, tuinafscheiding en boomgaardgerelateerde elementen bij aan een meer besloten, privaat landschapsbeeld.