Infrastructuur
Wegen en kunstwerken
Het studiegebied wordt langs bijna alle zijden door wegen ingesloten. Vanuit het noorden met de klok mee zijn er residentiële straten, een spoorlijn, een gewestweg, de E19/R0 en een tweede gewestweg. Geen hoofdwegen snijden het binnenste studiegebied door. De kern van het gebied is bereikbaar via deels verharde landbouwwegen. Enkele wandelpaden verbinden landbouwwegen met elkaar.
Gezien het karakter van de orohydrografie zijn er veel bruggen en tunnels: vijf bruggen en drie tunnels, hoofdzakelijk door de hoge infrastructuurdichtheid. Betonnen duikers laten water onder wegen en paden door.
Omheiningen en meubilair
Gezien het landgebruik is het niet verwonderlijk dat de meeste weiden en akkers zijn omheind, om toegang te beperken of dieren bij elkaar te houden. De meeste omheiningen zijn eenvoudig prikkeldraad of gaashek. Enkele omheiningen bestaan uit eenvoudige metalen draad. Opvallend zijn vangrails: niet alleen langs de autosnelweg en gewestwegen, maar ook in de weilanden, vaak rond veldpoorten. Veedrinkbakken komen in het hele studiegebied voor.
Elektriciteit
De verdeling van kunstlicht volgt de zware infrastructuur. België staat bekend om verlichte autosnelwegen; het studiegebied vormt geen uitzondering. Langs de volledige snelweg staan om de ±33 m lichtmasten. Binnen het studiegebied is elke weg verlicht. Als de noordelijkste weg niet verlicht lijkt, komt dat doordat de masten buiten het studiegebied staan.
Bovengrondse middenspanningsverbindingen zijn nog aanwezig en voeden verschillende lichtmasten en woningen. Het net in het studiegebied is van het type 3×230 V wisselstroom, een oudere norm voor driefasige levering in België (Fluvius, 2026). Hoogspanning in de vorm van een bovenleiding (3 kV gelijkstroom voor spoorlijn 26) is eveneens aanwezig (OpenRailwayMap, 2026).